Wie is Frans-Jozef De Gronckel?

ONZE BIEREN      DE BROUWER      VERKOOPPUNTEN      PERSBERICHTEN      CONTACT

Franciscus-Josephus De Gronckel werd geboren in Sint-Kwintens-Lennik op 6 maart 1816 als vierde kind van Josse-Ildefons De Gronckel en Maria-Theresa Nerinckx. In het huisgezin werden in totaal negen kinderen geboren, waarvan Franciscus het vierde was.

Frans-Jozef De Gronckel studeerde Rechten in Leuven, Brussel en Heidelberg. In 1843 werd hij advocaat bij het Hof van Beroep in Brussel. Hij was ook gemeenteraadslid in St.-Kwintens-Lennik. Van 1847 tot 1870 werd hij als liberaal verkozen in de Provincieraad van Brabant.

In 1845 schreef Frans-Jozef De Gronckel onder het pseudoniem Franciscus Josephus Twyfelloos, het werk ”'t Payottenland zoo als het van onheugelyke tyden gestaen en gelegen is”. De tekst verscheen eerst als losse afleveringen in 1845, maar de bekendste verzameling werd als 3e druk in 1852 in Brussel uitgegeven.  Hij droeg het op aen alle vrye en vrolyke Payotten.

Hij vestigde zich in 1860 in Brussel, waar hij op 3 maart 1871 overleed. Hij werd begraven op het kerkhof van Sint-Kwintens-Lennik.

Wie of wat was een Pajot?

De advocaat vond het woord payot uit als tegenhanger van het rond 1840 onder Leuvense studenten bekende Kerlingaland en plagieerde hiervoor zelfs het Kerelslied. De naam payot bestond al in 1789 en betekende huurling bij het Oostenrijkse legerPayot was oorspronkelijk de Waalse benaming voor een soldaat uit de eigen streek, in tegenstelling tot de vreemde Oostenrijkse soldaten. Het woord is een afleiding van pays streek met het Franse suffix -ot en betekent dus streekgenoot en bij uitbreiding streekgenoot in het leger. De betekenis viel ongeveer samen met piot, een algemeen bekend gewestelijk woord voor een infanterist of gewone soldaat.

In zijn boekje beweert hij dat de bevolking van de landstreek, in het hart van België, waar de provincies Brabant, Henegouwen en Vlaanderen samenkomen wegens hun heilige trouw en heldenmoed "den doorluchtigsten naem ontfingen waarop ooit (een) volk zich kon beroemen: den naem van Payotten of Patriotten, dat is te zeggen beschermers des vaderlands". Maar Frans-Jozef De Gronckel voegt er onmiddellijk aan toe "Niettegenstaande dezen verworven roem, weet men daer ten huidigen dage zoo weinig van te spreken." Hij aanziet het dan ook als zijn heilige plicht om "de bestovene staetspapieren, vermemelde perkamenten en handschriften te doorsnuffelen, ten einde de jesten, zeden en lotgevallen myner vaderen wyd en zyd bekend te maken".

© 2012-2017 • Rent-A-Mole • in pictura talpae veritas 

 

Comments